Wanneer mag ik weer sporten na een blessure?

Geschreven door Arno Bottse, MSc, fysiotherapeut (gespecialiseerd in sport en fitness) en beweegspecialist.

Je mag weer sporten als je lichaam de belasting van jouw sport aankan. Dat herken je aan drie signalen: je hebt geen pijn in rust en bij dagelijkse bewegingen, de zwelling is weg, en je kunt het geblesseerde lichaamsdeel bijna net zo ver en sterk bewegen als de andere kant. Daarna bouw je stap voor stap op naar je oude niveau.

Een vast aantal weken bestaat niet. Het hangt af van het soort blessure, hoe ernstig die is en wat jouw sport van je lichaam vraagt. In dit artikel lees je hoe je zelf inschat waar je staat, hoe je een realistisch doel stelt en hoe je opbouwt zonder dat de blessure terugkomt.

Waarom het vaak misgaat na een blessure

Een blessure ontstaat bijna altijd op dezelfde manier: de belasting was een tijdje groter dan wat je lichaam aankon. Dat kan in één keer gebeuren, bij een verkeerde landing of een val. Het kan ook langzaam ontstaan, door te snel meer te gaan trainen, door te weinig herstel of door een drukke periode waarin je slecht slaapt.

Wat je lichaam aankan, noem ik je draagkracht. Die is niet vast. Na een blessure is je draagkracht tijdelijk lager. Je spieren zijn zwakker geworden, pezen en banden zijn nog aan het herstellen en je lichaam is minder gewend aan de bewegingen van je sport.

De meest gemaakte fout is dat mensen pijn als enige graadmeter gebruiken. De pijn is weg, dus ze pakken hun sport weer op zoals ze gewend waren. Zonder pijn ben je alleen nog niet sterk. De belasting van je sport ligt dan opnieuw boven je draagkracht, en een paar weken later is dezelfde blessure terug.

Herstellen is daarom meer dan wachten tot het over is. Het doel is dat je draagkracht weer hoger wordt dan de belasting die jouw sport vraagt.

Waar sta je nu?

De eerste stap is eerlijk kijken naar je huidige situatie. Loop deze vragen door:

  • Heb je pijn in rust of 's nachts?
  • Is er nog zwelling of warmte rond de blessure?
  • Kun je dagelijkse dingen doen zonder het geblesseerde deel te ontzien, zoals traplopen, hurken of iets optillen?
  • Kun je het geblesseerde deel even ver bewegen als de andere kant?
  • Voelt het gewricht stabiel, of zakt het weleens door?

Is je antwoord op de eerste, de tweede of de laatste vraag ja? Dan is je lichaam nog bezig met het herstel van het weefsel en is je eigen sport nog te zwaar. Dat betekent niet dat je stil moet zitten. Vaak kun je wel fietsen, zwemmen of de rest van je lichaam trainen, zolang dat geen pijn geeft.

Kun je de vragen met een gerust hart beantwoorden? Dan ben je klaar om op te bouwen.

Meten geeft houvast

Gevoel is een slechte graadmeter. Op een goede dag voel je je fit, op een slechte dag lijkt het alsof je niets bent opgeschoten. Meten helpt. Een paar eenvoudige tests die je zelf kunt doen:

  • Op één been staan met je ogen dicht. Hoe lang houd je het vol, links en rechts?
  • Op één been zo vaak mogelijk op je tenen komen. Hoeveel herhalingen haal je per kant?
  • Een squat of lunge maken. Lukt dat zonder pijn, en even diep als voor je blessure?
  • Bij een schouderblessure: je arm volledig boven je hoofd brengen, links en rechts vergeleken.

Schrijf de uitkomsten op en herhaal de tests elke twee weken. Zo zie je zwart op wit of je vooruitgaat.

Waar wil je naartoe?

"Weer sporten" is te vaag als doel. Maak het concreet en meetbaar. Bijvoorbeeld:

  • Over acht weken weer 5 kilometer hardlopen zonder pijn.
  • Over drie maanden weer een volledige training meedoen bij mijn voetbalteam.
  • Over zes weken weer squatten met mijn oude gewicht.

Kijk daarbij goed naar wat jouw sport vraagt. Een voetballer moet kunnen sprinten, afremmen, draaien en springen. Een hardloper moet duizenden keren achter elkaar een landing kunnen opvangen. Wie aan krachttraining doet, moet zware gewichten kunnen tillen met een goede techniek. Je bent pas klaar als je precies die bewegingen weer kunt, met dezelfde snelheid en kracht als voorheen.

In de sportfysiotherapie is een veelgebruikte richtlijn dat de kracht van het geblesseerde been of de geblesseerde arm minimaal 90 procent is van de andere kant voordat je volledig terugkeert. Zit je daaronder, dan is de kans op een nieuwe blessure groter.

Wat is er voor nodig?

De pijnregel

Een beetje pijn tijdens het opbouwen mag. Pijn is een signaal dat je helpt om je belasting te doseren. Veel fysiotherapeuten gebruiken daarvoor een eenvoudige regel met een pijnschaal van 0 (geen pijn) tot 10 (de ergste pijn die je je kunt voorstellen):

  • Pijn tot ongeveer 3 tijdens of na het sporten is acceptabel.
  • De volgende ochtend is de pijn weer terug op het niveau van daarvoor.
  • Is de pijn de volgende dag hoger, of wordt hij van training tot training erger? Ga dan een stap terug.

Met deze regel stuur je zelf je belasting. Je hoeft niet te wachten tot alles pijnvrij is, en je weet wanneer je te hard gaat.

Opbouwen in vijf stappen

  1. Dagelijks leven zonder pijn. Lopen, traplopen en je werk doen gaan zonder klachten.
  2. Kracht en beweeglijkheid terugwinnen. Met gerichte oefeningen maak je de spieren rond de blessure weer sterk en krijg je je volledige bewegingsuitslag terug. Dit is de fase die het vaakst wordt overgeslagen.
  3. Je sport rustig oppakken. Je doet je eigen sport weer, maar korter, langzamer of met minder gewicht. Bijvoorbeeld afwisselend wandelen en hardlopen, of trainen met de helft van je oude gewicht.
  4. Sportspecifieke bewegingen toevoegen. Sprinten, springen, draaien, afremmen of zwaar tillen. Bouw deze stap voor stap op en houd je aan de pijnregel.
  5. Volledig meedoen. Je traint en speelt weer zonder beperkingen.

Elke stap duurt minstens een paar dagen, vaak een paar weken. Ga pas naar de volgende stap als de huidige stap gaat zonder toenemende pijn.

Hoeveel bouw je per week op?

Verhoog je trainingsvolume niet te snel. Als vuistregel kun je per week ongeveer 10 procent meer doen dan de week ervoor, in afstand, tijd of gewicht. Verander niet alles tegelijk. Wil je verder lopen, houd dan je tempo gelijk. Wil je sneller lopen, houd dan de afstand gelijk.

Vergeet het herstel niet

Je lichaam wordt sterker tussen de trainingen door, niet tijdens de training. Plan rustdagen in, zeker in het begin. Slaap is daarbij net zo belangrijk als de training zelf. Na een korte nacht is je draagkracht lager en is de kans op klachten groter. Ook stress, een drukke werkweek of ziekte spelen mee. Draagkracht gaat over je hele leven, ook over je slaap en je agenda.

Hoe voorkom je dat de blessure terugkomt?

De grootste voorspeller van een blessure is een eerdere blessure op dezelfde plek. Dat komt meestal doordat het herstel niet is afgemaakt. Drie dingen helpen:

  • Blijf de krachtoefeningen doen, ook als je weer volledig meedoet. Twee keer per week is genoeg om je kracht te behouden.
  • Bouw na elke pauze opnieuw rustig op, ook na een vakantie of een drukke periode.
  • Neem signalen serieus. Pijn die terugkomt betekent dat de belasting weer te hoog is. Pas je training dan aan voordat het een nieuwe blessure wordt.

Wanneer naar een fysiotherapeut of arts?

Niet elke blessure kun je zelf oplossen. Ga naar je huisarts of fysiotherapeut als:

  • je direct na de blessure niet op je been kunt staan of je arm niet kunt gebruiken;
  • je gewricht doorzakt of instabiel voelt;
  • de zwelling na een week niet minder wordt;
  • je tintelingen, een doof gevoel of krachtverlies hebt;
  • de plek rood, warm en pijnlijk is en je je ziek voelt;
  • de pijn na twee weken niet minder wordt of juist erger;
  • je 's nachts wakker wordt van de pijn.

Twijfel je? Laat het dan nakijken. Een fysiotherapeut kan vaststellen wat er precies aan de hand is en een opbouw maken die past bij jouw blessure en jouw sport.

Veelgestelde vragen

Mag ik sporten met een beetje pijn?

Meestal wel. Lichte pijn tot ongeveer 3 op een schaal van 10 is acceptabel, zolang die de volgende ochtend weer gezakt is. Neemt de pijn toe, doe dan een stap terug.

Hoe lang duurt het voor ik weer kan sporten?

Dat hangt af van je blessure. Een lichte spierverrekking herstelt vaak binnen een paar weken. Bij een enkelverstuiking kan het, afhankelijk van de ernst, enkele weken tot drie maanden duren voordat je weer volledig sport. Een gescheurde band of een operatie vraagt vaak maanden. Door te meten zie je of je op schema ligt.

Moet ik volledige rust nemen?

Zelden. Volledige rust maakt je spieren en pezen juist zwakker. Meestal is het beter om je belasting aan te passen dan om helemaal te stoppen. Alleen in de eerste dagen na een acute blessure is wat meer rust vaak verstandig.

Mag ik in de tussentijd een andere sport doen?

Ja, graag zelfs. Kies een activiteit die geen pijn geeft op de geblesseerde plek. Zo blijft je conditie op peil en ben je sneller terug.

Moet ik ijs gebruiken?

IJs kan de pijn in de eerste dagen verminderen, maar versnelt het herstel niet. Bewegen binnen de pijngrens doet meer voor je herstel dan lang koelen.

Over de auteur

Arno Bottse, MSc, is fysiotherapeut, gespecialiseerd in sport en fitness, en beweegspecialist. Hij is oprichter van SPC Groep in Diemen en bedenker van de Draagkracht Filosofie: een manier van kijken naar gezondheid als het vermogen van je lichaam en je leven om belasting te dragen. Vragen of een reactie op dit artikel? Mail Arno via abottse@spcgroep.nl.

Bronnen: Thuisarts.nl, Ik heb een sportblessure; Sportzorg.nl, informatie over sportblessures en herstel; KNGF-richtlijnen fysiotherapie.

Reactie plaatsen