Botten kunnen zelf niet bewegen, maar wel ten opzichte van elkaar. Het ene bot stuk kan bewegen ten opzichte van de ander, en vice versa.


Het ten opzichte van elkaar bewegen wordt anguleren genoemd. Anguleren komt van het woord angulatie, oftewel hoek. Wanneer een bot stuk beweegt ten opzichte van een ander ontstaat er een hoek. Wanneer je de hoek veranderd door te bewegen, verander je de hoek en ben je aan het anguleren.


De angulatie kan gemeten worden door de graden uit te rekenen, van de afstand die is verlegd. Wanneer er geen hoekverandering heeft plaatsgevonden, dus wanneer de botten nog niet hebben bewogen ten opzichte van elkaar, is de hoek nul graden. Het startpunt is altijd nul graden. Zonder het weten wat de nul positie is, kan de angulatie niet gemeten worden.


Botten anguleren niet uit zichzelf, hier hebben ze spieren voor nodig. Doordat de spier contraheert (samentrekt), wordt het kleiner en hierdoor beweegt het bot stuk ten opzichte van de ander. Hierdoor vindt er een hoekverandering plaats, oftewel een angulatie.